Een boekje uit de kast 9

Scan 20210424

Op vrijdag 23 april jl. stond er in de culturele bijdrage van de Leeuwarder Courant een groot interview met Jean Pierre Rawie, de Groningse dichter die recent 70 jaar werd. Het interview herinnerde mij eraan dat 45 jaar geleden alweer -dus in 1976- Rawie samen met zijn Groningse dichtbroeder Driek van Wissen (1945-2010) een alleraardigst schaakboekje het licht deed zien onder de titel: De match Luteijn - Donner. Een schaakcursus in twee maal twaalf sonnetten. Ik pakte het uit de kast. Herlas het en amuseerde mij opnieuw kostelijk. Vanwege de vele fraaie verzen (luchtige sonnetten) die er in zijn weergegeven maar ook vanwege de prachtige korte schaakpartijen die er in worden beschreven.
Het verhaal is een beetje gekunsteld, maar komt in grote trekken op het volgende neer. De aristocratische F.J.H. Luteijn ontmoet in een Amsterdamse uitspanning een zekere Donner die omringd door ‘meisjes van vermaak afkomstig uit de hoofdstedelijke sloppen’ vunze moppen zit te tappen. Luteijn roept Donner tot de orde en gebiedt hem, gezien het nette etablissement waarin ze zich bevinden, daarmee te stoppen. Waarop Donner Luteijn uitdaagt tot een schaakduel, uitroepend “Ik ga u kloppen”. De rest van het boek wordt gevuld met een ‘rijmende’ beschrijving van de twaalf schaakpartijen die de beide mannen spelen. Als ik wel heb geteld wint Luteijn glansrijk met 9-3, maar het loopt niet goed met de winnaar af. Hij wordt voor dertig zilverlingen door Donner verraden en aansluitend door het links gepeupel (de rooien) verhangen aan een lantarenpaal.
Het boekje -althans de derde druk- omvat 43 pagina’s en bevat elf diagrammen. De beide kostelijkste partijen laat ik hier even zien.

De eerste partij wordt gespeeld per flessenpost! Donner-Luteijn 1. g3 Pc6 2. e4 Pd4 3. Pe2 Pf3 mat

 luteijn 1

 

Ook erg grappig is de volgende. Hier is sprake van een voorgift. Luteijn wil graag dat Donner ook weer eens een partijtje wint en speelt alleen met zijn koning. Hij weet zijn doel evenwel niet te bereiken omdat zwart domme dingen doet: 1. Ke2 e5 2. Ke3 e4 3. Kxe4 Dh4+ 4. Ke5 Pe7. Pat! Ondanks de gigantisch materiele voorsprong toch nog remise!

 

Luteijn 2

Een jaartje of twaalf geleden organiseerde het toen nog bestaande genootschap De Raadsheer een keer een ‘schaakpoëzie-bijeenkomst’. De samenstelling van het programma was toevertrouwd aan Maarten van Steinvoorn zaliger. Er werd gerekend op een kennismaking met een breed oeuvre aan schaakgedichten, maar de sympathieke doch altijd wat eigenzinnige Van Steinvoorn dacht daar anders over. Hij beperkte zich bij zijn voordracht nagenoeg volledig tot de inhoud van de bundel van Rawie en Van Wissen. Waarschijnlijk niet in de laatste plaats omdat hij de beide poëten persoonlijk goed kende van het Groninger uitgaansleven. Alles wat verder -al of niet op rijm- in literaire bewoordingen aan het schaakspel was gewijd, kon volgens hem niet in de schaduw staan bij wat de beide Groningers hadden geboekstaafd. Nadien beperkte de poëzie op Raadsheerbijeenkomsten zich tot enkele Friese versjes van en voorgedragen door de heer S. de Schiffart voorheen te Longerhouw, thans te Leeuwarden.

HJD