Vandaag staat in de Leeuwarder Courant een uitgebreid rechtbankverslag onder de titel "Wijsheid komt met het klimmen der jaren". Het verslag handelt over een zitting van de politierechter . Er staan twee verdachten terecht die in een dronken bui allerlei verwensingen hebben geslingerd naar de hoofden van politiefunctionarissen in functie. Het staat je vrij allerlei dingen te denken, zo geeft de rechter als zijn oordeel, maar je mag niet alles hardop zeggen.
Het slot van het bericht in de krant is in meerdere opzichten opmerkelijk: "De zitting van de politierechter was begonnen met een zaak die moest worden afgeblazen omdat de dagvaarding niet goed was uitgebracht. In december was dat in dezelfde zaak ook al een keer gebeurd. Zijn er bij het OM soms sukkels of stumpers werkzaam? Dat mag je alleen maar denken, niet hardop zeggen."
Deze ontboezeming van de rechtbankverslaggever van de LC ontlokt bij mij twee opmerkingen. Of eigenlijk drie.
Opmerking 1: in een objectief verslag van een rechtbankzitting is geen plaats voor een dergelijk subjectief oordeel. Het is duidelijk dat de eindredactie van de LC hier een steekje liett vallen.
Opmerking 2: de journalist werpt een nieuwe juridische vraag op. Je mag alles over ambtenaren denken, maar niet hardop zeggen. En hoe zit het dan met schrijven? De journalist schrijft dat er bij het OM sukkels en stumpers werken. Kan dat wel door de beugel? Voer voor de juristen van het OM,
lijkt mij en wellicht staat de schrijver binnenkort zelf voor de rechter om zich te verantwoorden?
Opmerking 3: vormfouten in de vervolging en rechtspraak – hoe ergerlijk ook- worden veelal veroorzaakt door ingewikkeld geformuleerde wetgeving. En de oorzaak daar weer van is dat het formuleren van regels gewoon een ontzettend moeilijk vak is. Laat ik, om dit te illustreren, u een artikel voorleggen uit het nieuwste Fide- reglement:

12.7 Als iemand een onregelmatigheid waarneemt dan mag hij alleen de arbiter daarop attenderen. Spelers van andere partijen mogen niet praten over of zich bemoeien met een partij. Toeschouwers mogen zich niet bemoeien met een partij. De arbiter kan overtreders hiervan, uit het spelersgebied wegsturen.

De regelementsmakers zullen het allemaal wel goed hebben bedoeld, maar er valt tegen deze formulering heel wat in te brengen. Het artikel vorm een onderdeel van het hoofdstuk "De taak van de arbiter", maar wie het artikel leest moet constateren dat het zich vooral richt tot het gedrag van anderen, namelijk spelers van andere partijen en toeschouwers. Eigenlijk had deze bepaling dus moeten staan onder een ander hoofdstuk, bijvoorbeeld het hoofdstuk over het gedrag van 'omstanders'.
Daarenboven is het artikel innerlijk tegenstrijdig. In de tweede en derde zin wordt gezegd dat niemand zich met 'andermans' partij mag bemoeien of er over praten, terwijl in de eerste zin staat dat je de arbiter er op mag attenderen indien je een onregelmatigheid waarneemt. Iemand die de arbiter attendeert op een onregelmatigheid praat over een andere partij en bemoeit zich in mijn ogen onmiskenbaar met 'andermans' partij en dat mag nu juist niet van de overige bepalingen van het artikel.' Kortom, de regelgever maakt het ons niet gemakkelijk. En logisch dus dat er in de uitvoering wel eens een foutje wordt gemaakt.
Juristerij is een moeilijk vak. Verslaggevers moeten daar niet te licht over denken. (HJD)